Naam : Johannes Vilhelm Jensen



Biografie

Johannes Vilhelm Jensen (1873-1950) werd in het noorden van Jutland als zoon van een veearts geboren. De landstreek Himmerland, volgens de traditie stamland van de Germaanse stam der Kimbren, heeft zijn latere werk sterk beïnvloed. Hij vertrok naar Kopenhagen om medicijnen te studeren, een studie die hij niet afmaakte. Hij verdiende al tijdens zijn studie zijn geld voor zijn levensonderhoud met schrijven voor tijdschriften en kranten. Later reisde hij naar Amerika en rond de wereld. De Angelsaksische wereld van de Verenigde Staten en van het Britse Imperium hebben zijn denken en werk sterk beïnvloed. Grote invloed op zijn ontwikkeling hadden de Amerikaanse socialist en sociaal-darwinist Jack London en de Britse imperialist en patriot Rudyard Kipling. Jensen ontving in 1944 de Nobelprijs voor de letterkunde. Voor Jensen is de zin van de geschiedenis de eeuwige strijd van de mensheid om te overleven. Voor Jensen is de mensheid het "Gotische ras", waarmee hij Scandinaviërs, Duitsers en Angelsaksen bedoelt, dus feitelijk de Noordelijke volken. Dit vond zijn weerslag in veel van zijn boeken, essay en korte verhalen.

"Den Lange Rejse" (De lange reis) bestaat uit zes werken die één geheel vormen, een geschiedenis van de mensheid in romanvorm. Eigenlijk werd het achteraf samengesteld uit verschillende historische romans rond het thema van de vooruitgang der techniek. Naar de opvatting van Jensen verliep de geschiedenis als een stijgende lijn van schepping van het door hem vereerde "Gotische ras".

In het eerste werk, "Det tabte land"(Het verloren land) zien wij Europa als een tropisch paradijs. Fyr, de hoofdpersoon, geeft als Prometheus het vuur aan zijn stam en stelt hen in staat te overleven. Het dier wordt mens door zijn bedwingen van de natuur en Fyr wordt de God die door zijn eigen stamgenoten aan het vuur wordt geofferd. Een oud motief in vele godsdiensten. "Braeen" (De Gletsjer) is het werk waarin de darwinistische filosofie van Jensen het duidelijkst tot uiting komt. Dreng is de mens die niet vlucht voor de oprukkende IJstijd maar technieken ontwikkeld die hem in staat stellen te overleven nu de eeuwige zomer ten einde loopt en het meestal winter zal zijn. De sterke en intelligente mens blijft in het noorden terwijl de zwakke en domme mens vertrekt naar het zuiden, vluchtend voor de oprukkende gletsjers. Dreng en Moa zijn de Adam en Eva van een nieuwe generatie, een nieuwe mensheid. In Norne-Gaest gaat de ontwikkeling van het "Gotische ras", van de mensheid dus, door, al komt in dit werk de christelijke doop van de trotse beschavingsbouwer uit het noorden als rem op de evolutie naar voren. Deze doop symboliseert voor Jensen de dood van de Vikingsamenleving. Gaest en Pil zijn man en vrouw, in hun echtverbintenis wordt de verhouding van Dreng en Moa herhaald. Man en vrouw die samen een bestaan opbouwen zijn een belangrijk motief in "Den Lange Rejse". Deze verschillende echtparen hebben dan weer een aardige parallel in Tolkien's "Silmarillion" waarin verschillende echtparen in de opeenvolgende tijdperken steeds een gelijkaardig bestaan opbouwen en steeds dezelfde strijd moeten voeren. "Cimbernes Tog" (De tocht van de Kimbren) leidt de trotse noordelingenstam naar de ondergang. De jonge gezonde barbaren verliezen hun onschuld, hun natuurlijke cultuur en worden als levende doden in het warme zuiden. Ook in "Norne-Gaest" vertegenwoordigt het zuiden de dood en het noorden het leven. Voor Jensen staat het noorden voor de vooruitgang, leven, hoop. Uit het zuiden komt het verval en IN het zuiden komt het verval. De komst van de gletsjers in "Braeen" was dus uiteindelijk een grote en heerlijke zegen, een "ramp" die de halve mens dwong een hele mens te worden. "Skibet"(Het schip) gaat over de veroveringen en tochten van de Noormannen. Alleen de besten bouwen schepen en trekken er op uit. De overbevolking dwingt tot expansie. Waarmee Jensen aansluit bij de verklaring van Dudo van St. Quentin voor de rooftochten en kolonisatietochten van de Vikingtijd. "Christoffer Columbus" is voor Jensen een exponent van de geest van Scandinavië. Hij is een Longobard (Lombard) die de Longobardenstad Genua en het Longobardenland Noord-Italië (Lombardije) verlaat en de drang van zijn voorvaderen volgt, op zoek naar het verloren land en het gouden tijdperk van de zon. Columbus wordt tot een soort God die met zijn Santa Maria de Beagle van Charles Darwin ontmoet.

In een nieuwe en betere typologie in ruimte en tijd van "De conservatieve revolutie" kan men best drie groepen van scheppers van historische stelsels onderscheiden. Dit naar het voorbeeld van Armin Mohler, maar toch met afwijking van zijn visie. Er zijn de christelijk-chiliastische schrijvers, Gobineau en Tolkien behoren tot deze groep, verder de völkisch-heidense auteurs, zoals Erich Ludendorff en Herman Wirth, en dan zijn er de darwinistisch-realistische schrijvers, zoals J.V. Jensen en Jack London. De darwinisten-realisten vormen een aparte groep omdat zij erfgenamen & exponenten zijn van de Renaissance, Verlichting en Revolutie. Er is een zeker negativisme van zowel de christelijk-chialistische auteurs als de völkisch-heidenen tegenover de techniek en de grootstedelijke twintigste eeuw. Zij vereren de pre-industriële en pre-moderne samenleving. Zij zijn romantisch en "groen rechts". De darwinisten-realisten zijn dat allemaal niet of slechts ten dele. Het verstand en de rationele, realistische, materialistische benadering van het Heelal staan voorop bij de darwinistisch-realistische stroom. Er is onder hen niet de nostalgie naar de middeleeuwse corporatieve maatschappij of een geëxalteerde agrarische ideologie. Darwinisme-realisme heeft veel van de karaktertrekken van wat Mohler definieert als de Nationaal-Revolutionaire stroming in het Duitse ideologische landschap van 1918-1933, maar zonder de oppositie tegen het moderne wetenschappelijke voortuitgangsoptimisme. Het raakvlak is ook iconografisch en historisch legitiem, aangezien de ideale staat voor de Nationaal-Revolutionairen het Pruisen was van Frederik II de Grote. Een 18e eeuwse Verlichte "voltairiaanse" staat. Pruisen heeft dan een koning die zichzelf de eerste dienaar van zijn volk noemt, en het christendom voorbij is.

Jensen heeft uiteraard geen hekel aan het plattelandsleven, maar hij verwerkt het toch duidelijk anders dan de conservatieve christelijk-chiliasten zoals Tolkien en Mel Gibson, of agrarische racisten zoals Walter Darré en Heinrich Himmler. Bij Jensen is er de waardering voor het ongebreidelde kapitalisme van de Amerikaanse Angelsaksische wereld. Jack London proclameert een racistisch socialisme met diezelfde waardering voor moderne techniek en wetenschap. Chicago, Detroit en New York zijn de echte steden aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20ste eeuw. De held van de vooruitgang is Henry Ford. De christelijk-chiliasten en völkisch-heidenen streven naar herstel van al-dan-niet mytische heerlijke omstandigheden, of al-dan-niet fictieve tradities. Hun droombeeld is de gouden eeuw, het paradijs of de grootsheid van een staat in het verleden. Bij de darwinisten-realisten is er sprake van een mensheid die in staat is zich te verbeteren door de natuur te temmen. De mens gaat naar steeds grotere successen. Optimisme over de toekomst van de mensheid is de mentaliteit van de darwinisten-realisten. Gobineau en Tolkien laten in hun werk alleen een voortdurende degeneratie zien, de weg naar de Apocalyps of Ragnarok voor de gehele mensheid. Wagner en Chamberlain poneren een regeneratie van een gedegenereerde mensheid. Bij Jensen, bij Kipling en bij Jack London is dit anders. De mensheid is goed begonnen en hij wordt juist door allerhande tegenslagen steeds beter. Jensen behoort tot de positieve darwinistisch-biologische wereldbeschouwing van Ernst Haeckel, de Duitse filosoof, en Herbert Spencer, de bekende Engelse sociaal-darwinist. Het Skibet der Vikingen, de Santa Maria van Columbus en de Beagle van Darwin zijn de vaartuigen van de Gotische mens, en zijn de zin van de wereld.

De Deense schrijver is in de Europese literatuur als darwinistisch-realistische auteur wat in de vergetelheid geraakt. Zijn werken die in een modernistische psychologische analyse zijn te plaatsen, bruikbaar voor social enginering, worden nog wel vertaald en uitgegeven. Zo is er de psychologische roman "De val van de koning". Het hoofdwerk van Jensen, "Den lange Rejse (De lange reis) wordt toch wel geboycot vanwege de ideologische lading. Deze grondhouding maakt deel uit van de moord op het intellectuele erfgoed van de Westerse Europese beschaving die na de Tweede Wereldoorlog en vooral vanaf de jaren zestig een politiek correcte verplichting is geworden. "Gij zult de vaderen niet meer lezen, want zij zijn door de racistische duivel bezeten". De aloude Index van de kerk is gebleven, met dezelfde onverdraagzaamheid tegen waarheid, raciaal-nationale wortels en wetenschap.

Boekenarchief.nl