Naam : D. Robberechts



Biografie

8 mei 1937: Geboren te Etterbeek als Daniël Marie Antoine Joseph Robberechts.

1957: Daniël Robberechts studeerde enige tijd aan de Koninklijke Kadettenschool in Lanaken, maar werd in 1957afgedankt als leerling-officier.

1958-1960: Studeerde aan de ULB (Université Libre de Bruxelles) waar hij in 1960 het kandidaatsexamen wiskunde aflegde.

PERIODE 1964-1965

Uit zijn dagboek leren we het volgende:  Robberechts leeft met zijn vrouw Céline (‘Cee’ genoemd) in het Waalse Arlon waar hij (naast allerlei gezondheidskwaaltjes) chronisch aan geldgebrek lijdt.

Robberechts is arm, zelfs te arm om naar de hoofdstad te reizen. De enige band die hij met het literaire veld onderhoudt is via de postbode, naar wiens komst hij iedere dag opnieuw hunkerend uitkijkt. Die marginaliteit gaat gepaard met een gevoel van vernedering en verlatenheid (40; 45; 165; 183). Het toppunt van zijn mislukking ziet Robberechts in het feit dat hij nog steeds geen uitgever heeft gevonden (176; 224):

Voel me zowat als een uit de tekenmoppen welbekende drenkeling-op-een-eilandje, de uitgevers-schepen varen voorbij en wensen me proficiat om de duidelijkheid van mijnseinen, er zijn twee tijdschriften-plezierboten die speciaal naar mijn molenwiekenkomen kijken, maar geen enkel schip dat me uit de nood komt halen; nu en dan vliegteen vliegtuig over het eilandje en laat een lauwerkrans neer. (158)

Tot dan heeft Robberechts slechts in tijdschriften gepubliceerd, maar in die periode worden hem zijn eerste literaire prijzen toegekend: de Arkprijs voor het vrije Woord (1963) en de Dirk Martensprijs (1965). Tijdens de receptie na de uitreiking van de Arkprijs heeft hij de gelegenheid om kennis te maken met andere acteurs van het literaire veld, zoals Teirlinck, Herreman, Burssens, Brulez, Walschap, Boon, Daisne enz. Vooral Hugo Claus laat een grote indruk achter (1984: 101). (Bron: Matthieu Sergier in: “U zei ‘Robberechts’? Discursieve auteursbeelden in uiteenlopende dagboekedities, naar Daniël Robberechts’ lotgeval)

PERIODE 1968-69

Uit het Dagboek ́68- ́69 (gepubliceerd in 2010 door Het balanseer vzw, Aalst ) kunnen we afleiden dat Daniël Robberechts een erkende schrijver is geworden die een actieve rol speelt in het literaire veld: hij maakt deel uit van de ‘Meridianers’ (auteurs rond de reeks 5deMeridiaan , door Manteau uitgegeven), officieel horen daarbij : Enno Develing, Herman J.Claeys, Marcel van Maele, Hans Plomp, Daniël van Hecke, Jan Emiel Daele en Weverbergh, maar Robberechts meldt ook de aanwezigheid van Walter van den Broeck op de vergaderingen).

Bovendien werkt Robberechts mee aan verschillende tijdschriften, hij richt een werkgroep op die de wettelijke bescherming van het schrijverschap nastreeft, doet mee aan linkse demonstraties, hij wordt regelmatig geïnterviewd.

Toch blijft in het dagboek van meet af aan het ethos (en de daaraan gebonden poëtica) van de onbegrepen marginale schrijver doorschemeren. Reeds in de eerste notitie vindt men een ethosgebonden problematiek terug. Hij wil inderdaad niet optreden op de Antwerpse Boekenbeurs omdat hij 1) niet vindt dat het hoort bij zijn schrijversfunctie en 2) niet wil meedoen aan dergelijk vertoon van massaconsumptie:

Een schrijver aanvaardt niet alleen dat zijn lichamelijke aanwezigheid beperkt blijft tot het geschrift, hij kan dit feit nog actief aanwenden ten gunste van het geschrift. [...] Zijn lichamelijke afwezigheid vormt een klankruimte voor zijn woorden. [...] Daarom heeft het geen zin [...] een schrijver anders dan via zijn geschrift te laten optreden.

1968: Debuteert als romanschrijver met De Labiele Stilte, een roman die nog vrij conventioneel is, waarin drie mensen elkaar vertellen over hun relaties. In zijn verdere werk ontwikkelt hij een heel eigen stijl en neemt daarbij soms gedurfde standpunten in die tegen heersende conventies ingingen.

In Tegen het personage (1968) streeft de schrijver naar een meer autonoom “opus”, dat geen feiten meer gebruikt maar die zelf schept. Personages in de traditionele zin worden vermeden en vervangen door wisselende gezichtspunten of door een bewustzijn (stem) van waaruit gebeurtenissen, gevoelens e.d. worden beleefd. Ook de logische verhaalopbouw met zijn gerichtheid op de intrige wordt losgelaten.

1969: De grote schaamlippen. Een dynamische zelfbeschrijving is in feite een voor publicatie geredigeerd dagboek.

  • De titel is ietwat provocerend – Robberechts is nooit verlegen geweest om over (zijn) seksualiteit te schrijven – en het is best mogelijk om de bewuste ‘schaamlippen’ als een metafoor van het boek te beschouwen, waarvan men de bladzijden spreidt om van een of ander mysterie kennis te nemen. Het is echter ook mogelijk om in de bewuste lippen de lippen van de schrijver te herkennen, die er zijn schaamte mee vertelt zonder in zijn zelfbeschrijving eventuele contradicties te vermijden (1969: 189):

Genezen van de schaamte. Bekomen van een kwarteeuw schaamte. Geen gevoelen heeft me de laatste vijfentwintig jaren zo bezeten. Meer dan een gevoelen. Een hartstocht. Schaamte waarover? Nu kan ik het noemen: over het leven, over het feit dat ik leefde. [...] Ik waag me aan de explicitering van de vroegste en hardnekkigste: de seksuele. Tegen mijn voornemen in om de seksualiteit nooit meer van de totale lichamelijkheid te abstraheren? Maar het is nu eenmaal zo dat ik, dat mijn omgeving abstraheerden, en dat de seksualiteit me juist de weg naar de integrale lichamelijkheid versperde. (1969: 142)

1970: Aankomen in Avignon.

  • Robberechts laat de stad Avignon zelf fungeren als hoofdpersoon van het vrouwelijk geslacht, de straten en gebouwen zijn haar lichaamsdelen. […]. Tegelijkertijd is Aankomen in Avignon het onvervalst biografische relaas van de dilemma’s en crisissen in Robberechts’ voorafgaande leven: men zou ze later letterlijk terugvinden in zijn dagboeken. […]. Het ‘zelfbeschrijvende’ komt al helemaal tot uiting waar Robberechts een ‘werkeljk’ vrouwelijk personage in het boek introduceert: Aankomen in Avignon is ook het concrete relaas over de ontluiking van zijn liefde daarginds in de Provence voor zijn toekomstige echtgenote en de moeder van zijn kinderen. (Bron: Brouwers, ‘Naakt in verblindend licht’. Over Daniël Robberechts. In: De zwarte zon. p.205-206)

1975: Praag schrijven

  • Zoals de stad Avignon op tal van niveaus en in tal van opzichten het vrouwelijke personifieert, – men zou het een ‘moederboek’ kunnen noemen – zo is de stad Praag het mannelijk pendant. (Brouwers, p.206)
  • Zelf is Robberechts nooit in Praag geweest. Hij ‘schreef’ een Praag aan de hand van documenten: teksten, getuigenissen, berichten enz. ‘Praag als creatie van taal, met als resultaat niet een stadsbeeld, maar een tekstbeeld’ (Brouwers, 206). Maar terwijl hij met Praag schrijven bezig was brak de Praagse lente los en verwerkte hij de concrete werkelijkheid in wat oorspronkelijk alleen als taalwerkelijkheid bedoeld was.
  • Tegelijkertijd laat Robberechts zowel zijn lichamelijke vader – die ooit in Praag had verbleven – en zijn geestelijke vader, de schrijver Franz Kafka, in het boek rondwaren. (Brouwers, p. 206-207)

1976: Scenario voor de documentaire Vlaanderen in vogelvlucht (10 juli 1976)

  • Vanuit een helikopter kijken we neer op de ‘verwoesting’ van het Vlaamse landschap. De documentaire is één lange opeenvolging van luchtopnames. Het zijn unieke historische luchtbeelden van Vlaanderen in 1976. Van aan zee tot in het binnenland, over duinen, weiden en heide, langs rivieren en autosnelwegen, over dorpen en steden…. vanuit dit vogelperspectief legt de camera wonderlijke patronen bloot.
  • Een offscreen-stem stelt provocerende vragen. “Wat is er aan de hand met dit landschap van ons? We hebben hele bergen opgehoopt, we hebben havens aangelegd, we hebben wegen getekend en uitgesmeerd. We hebben torens opgericht en we hebben luchthavens afgevlakt. Overal hebben we sporen getekend en stempels gedrukt, kerven gesneden en merken gebrand…”
  • Het is een tekst van schrijver Daniel Robberechts, gezegd door Ugo Prinsen
  • Vlaanderen in Vogelvlucht is geen vrijblijvend document. De documentaire toont genadeloos hoe de mens het landschap heeft veranderd. Cornelis’ maatschappelijk engagement blijkt het duidelijkst uit de vele beelden van het havengebied, van de polderdorpjes verstikt door de oprukkende industrie.
    Producer Frans Puttemans en realisator Jef Cornelis kregen voor deze film een televisie-Oscar. Weliswaar niet in 1976, toen de film voor het eerst werd uitgezonden, maar pas in 1980, toen de film wegens succes herhaaldelijk het scherm van de openbare omroep had gehaald.

Bekijk: Vlaanderen in vogelvlucht – AFFR

EEN TOTAALBOEK

1977: Begon aan een kolossaal bouwsel van taal, waarin hij vele soorten tekst op elkaar stapelde, in alle mogelijke combinaties en technieken. Hij zou hierin uitleggen en demonstreren op welke manieren taal en ‘werkelijkheid’ konden worden gemanipuleerd: ‘Materialen voor een eigentijdse praktijk van het schrijven’. Hij omschreef het als ‘een werk in uitvoering, boek in aanbouw, tekst op stapel, geschrift in de maak, bouwdoos voor een tekstmozaiek’.

  • Een uitgever was er niet voor te vinden. Hij kocht dan maar een stencilmachine, en begon een eenmanstijdschrift, ‘Schrift’ geheten, later ‘tijdSCHRIFT’ waarin hij tot 1989 zijn ‘totaalboek’ in afleveringen publiceerde en dat hij aan een honderdtal vrienden per post thuisbezorgde.
    • 1972 – 1976 Schrift: driemaandelijks literair tijdschrift
    • 1977-1986: Tijdschrift
    • 1988 – 1989: ‘t Schrift: driemaandelijks literair eenmanstijdschrift

1981: Wie een unieke blik wil werpen op het werkproces van de literaire non-conformist Daniël Robberechts, kan terecht in deze documentaire van Jef Cornelis. U ziet Robberechts live schrijven op het “Telebord”. Hij praat met Oscar De Wit over zijn jeugd vol “falen” als afgedankt leerling-officier en kandidaat wiskunde. Robberechts licht zijn fragmentarische schrijfwijze toe waarbij stukjes tekst bijhoudt op steekkaarten die later hergebruikt worden als voedingsbodem voor zijn boeken.

Cobra.be video: Robberechts experimenteert on(op)gemerkt

DAGBOEKEN

Twintig jaar nadat hij ze geschreven had komen zijn dagboeken op de markt. Het zal bij twee volumes blijven.

1984: Dagboek ’64 – ’65.

1987: Dagboek 1966-1968.

  • In de periode 1966-1968 werkt Robberechts aan ‘Aankomen in Avignon’ en ‘Praag schrijven’, en in dit dagboek kunnen we meekijken in de gereedschapskist van de jonge schrijver. We volgen de perikelen van eerdere manuscripten in uitgevershanden en krijgen een kijk op het schrijversmilieu waarin Robberechts willens nillens in beland. Naast de privé-besognes (zeer privé, maar niet oninteressant: geciteerde lijfauteurs, dromen en sex-obsessies) dringt de buitenwereld zich zeer letterlijk op. De jaren zestig zijn in dit dagboekdeel woekerend aanwezig.

Daarna blijft het stil

1992: Robberechts maakt een einde aan zijn leven te Everbeek.

‘Waarom schrijf ik ? Daarom. Om iets te doen. (Omdat ik voor weinig anders deug.) Om zo te denken en te dagdromen dat anderen er nog iets mee kunnen doen. Om zo weinig mogelijk te leven. (Omdat het leven ondegelijk is.) Om van afval mooie dingen te maken. Om nog andere sporen na te laten dan alleen maar stront. Om het plezier. (Omdat er zo al genoeg miserie is op de wereld.) Om de tijd te doden. (Omdat ik niets liever doe.) Om’

Epiloog

1994: Kritak publiceert het ‘magnum opus’ onder de titel ‘TOT TXT : Nagelaten Werk’.

  • En zo omschreef Daniël Robberechts uiteindelijk de ‘totaaltekst’ in de flaptekst:
    ‘Een tekstenalbum. 9 boekdelen waarin telkens een nieuwe “retorische laag” wordt aangeboord. Werk in uitvoering. Kroniek van de lopende gebeurtenissen 1973-1990? Totaaltekst in de steigers? Aantekeningen van een belegen Belg van achter den Bos? Bouwdoos voor een tekstmozaïk? Zoiets als een schriftelijk herbarium, bestiarium of lapidarium: een cumulatief “scriptarium”? Een retorische trap? Literaire hors d’œuvres variés? of hutspot? Nagelaten geschriften van D.R.?’

 

BEKRONINGEN

  • 1962:  de Arkprijs voor het Vrije Woord voor ‘Zesmaal’
  • 1964: de Merghelinckprijs voor ‘Drie maagden’
  • 1965: de Dirk Martensprijs
  • 1975: de Vijverbergprijs voor Praag schrijven.

 

MEER OVER DANIEL ROBBERECHTS

  • G.J. van Bork. 1985. ‘Daniël Robberechts’. In: De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. Ed. G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse. Weesp: De Haan, p.484.
  • ‘Naakt in verblindend licht’ (Over Daniël Robberechts).Tilburg, 1993. 32 blz. Ing., stofomslag.*Derde Louis Paul Boon-Lezing.
Boekenarchief.nl