Naam : Els Pelgrom



Biografie

;Els Pelgrom over zichzelf:

1934

'Ik werd op 2 april in 1934 geboren, in Arnhem, en ik heette Else Koch. Tot m'n achttiende heb ik in Arnhem gewoond, behalve van september 1944 tot mei 1945, want toen woonden we als evacués op een boerderij buiten Arnhem.

Op die boerderij had ik het heerlijk en ik vond het na de oorlog heel moeilijk om weer aan het gewone leven te wennen. School vond ik verschrikkelijk, ik vond alle scholen vreselijk. Ik heb na de bevrijding nog een jaar op de lagere school gezeten en ben toen naar het gymnasium gegaan. Maar ik bleef zitten en ben toen op eigen houtje midden in het schooljaar overgestapt naar een meisjesschool waar je talen leerde, maar verder niks. Ik wilde het huis uit, zo snel mogelijk, maar mijn moeder eiste dat ik een school zou afmaken. En daar had ze wel gelijk in.

1952

Op m'n achttiende ben ik naar Amsterdam gegaan. ik zocht baantjes en 's avonds ging ik naar de kunstnijverheidsschool, wat nu de Rietveld-academie heet. Ik zat in de illustratieklas. Als kind tekende ik heel veel en het was ook wel goed. Ik vond het ook enig. Maar ik ben ermee gestopt, omdat ik een beeldhouwer, Karl Pelgrom, ontmoette. Dat kon niet samengaan, vond ik. Hij tekende ook. Ik gaf het graag op voor die man, ik liet het direct schieten. Laatst heb ik oude tekeningen van mezelf teruggezien en toen dacht ik: ik had ermee door moeten gaan. ik had beter kunnen schilderen dan schrijven. En vorig jaar heb ik voor het eerst na jaren weer eens een tekening gemaakt. Kijk, daar hangt hij aan de muur, een tekening van een slapende hond op een deken.

We verhuisden naar Velp, Karl zocht werk, en ik werkte op een kantoortje. Toen we weer terug naar Amsterdam gingen heb ik daar een spoedcursus voor onderwijzeres gevolgd.

1956

In 1956 werd een zoon geboren, twee jaar later een dochter. in de zomer van 1959 woonden we in een oud huis in Drente en daar heb ik mijn eerste boek, Het geheimzinnige bos, geschreven. Het was het gelukkigste jaar van mijn leven, ik had twee prachtige kinderen, mijn man had een opdracht en werkte lekker in de schuur, we woonden buiten, en ik was bezig een boek te schrijven. Maar toen het geld op was, moesten we terug.

1962

Mijn eerste boek was niet echt een topboek, maar het was wel heel leuk om te doen, het was leuk dat het uit mijn vingers kwam. In 1962 kwam het boek uit, het had wel succes en ik kreeg heel goede recensies. Er is zelfs een hoorspel van gemaakt, maar dat heb ik nooit gehoord omdat mijn radio kapot was. Ik ben toen niet doorgegaan met schrijven, ik had zo'n ingewikkeld en druk leven, dat kun je je niet voorstellen.

Ik verwachtte mijn derde kind en we verhuisden naar Groningen. Eerst woonden we een jaar in Beerta, daarna verhuisden we naar Finsterwolde. Toen ik een tijdje in Groningen woonde vroeg de Winschoter Courant of ik een kinderpagina wilde maken. Jarenlang heb ik elke week een verhaal en een versje in de krant geschreven, het was een heel goede leerschool. Het was een leuke, maar moeilijke tijd. We waren straaten straatarm, we hadden wel eten, maar geen kleren voor de kinderen. We gingen nooit op vakantie. We woonden in een slecht huis, we hadden geen geld voor benzine en konden dus nergens heen. En daar zaten we dan, ingepakt in die mist. Later werkte mijn man op de kunstacademie in Groningen, en waren we niet meer zo arm. Maar hij kreeg conflicten, hij werd ontslagen met een enorme heisa en ik moest de kost gaan verdienen. Toen ben ik les gaan geven. Ik had tenslotte mijn diploma gehaald als onderwijzeres. Ik vond het vreselijk. Je kreeg kinderen van acht tot vijftien jaar in de klas, die onderling heel erg verschillend waren. Na anderhalf jaar ben ik naar een lomschool gegaan waar kinderen zaten die problemen hadden met lezen of rekenen. Ik had toen al boeken bewerkt voor kinderen die moeilijk lezen, boeken als Niels Holgersson en De geheime tuin. Heel erg moeilijk werk, maar ik heb er veel van geleerd. Je moet duidelijk schrijven voor kinderen die moeilijk lezen. Het enige jammere van die bewerkingen vond ik dat je zoveel weg moest laten uit die mooie boeken. Maar ik snapte wel dat dat niet anders kon.

1972

Na een aantal jaren werd mijn man weer leraar aan de academie. We verhuisden naar de stad en woonden in een heel mooi huis. In 1975 ging mijn man weg. Ik bleef achter met mijn kinderen.

1975

Ik was veertig geworden, en ik dacht: nu moet ik dat boek schrijven. Het is erop of eronder, als het niet lukt dan weet ik dat voor de rest van mijn leven. ik had het verhaal al die jaren al in mijn kop, maar het kwam er niet van omdat ik het te druk had. in dat huis in Groningen ben ik met De kinderen van het Achtste Woud begonnen. Ik zat in die tijd behoorlijk diep in de put, maar ik wilde dat boek doorzetten. Ik had zo het gevoel: als dit lukt dan ga ik ermee door, zo niet, dan zet ik het uit mijn hoofd en ga iets heel anders doen. Ik wou het liefst schrijven, en als dat niet ging wilde ik rechten gaan studeren. En hoe ik aan de kost kwam, moest ik dan maar weer zien. Maar in Groningen kon ik absoluut geen werk krijgen, en toen heb ik mijn prachtige huis in

Groningen geruild voor een klein verdiepinkje in Amsterdam.

Ik had mijn boek inmiddels vier keer herschreven en dacht: nu kan ik er niets meer aan doen, zo moet het dan maar. Ik had het aan een uitgever toegestuurd, die het me terugstuurde omdat het verhaal rammelde.

Hij had gelijk, ik heb het toen herschreven. En daarna heb ik het manuscript maanden in een hoekje laten liggen. Ik had helemaal niet meer het vertrouwen dat het iets was.

Maar toen gebeurde er iets leuks. In Drie Japies schrijf ik over een rare brief die een meisje naar de politie schrijft. Dat is echt gebeurd. Ik had zelf een brief aan de politie geschreven die resultaat gehad had. Dat was dus kennelijk een goede brief, dacht ik, ik zocht het manuscript, pakte het meteen in en stuurde het op.

De volgende morgen om elf uur al werd ik opgebeld door de redactrice van de uitgeverij. Ze zei dat het zo echt klonk en ze vroeg of ik het zelf had meegemaakt. Ze had het nog niet uit, en ze kon me ook niets beloven, maar ze ging meteen doorlezen. Nou, dat kikkerde me wel op. Ze had wel wat kritiek, en daar had ze ook gelijk in. Hier en daar heb ik toen nog wat veranderd.

1977

Ik zat met alle kisten midden in weer eens een verhuizing, toen ik het pak drukproeven kreeg van het 'Achtste Woud'. Het volgende boek lag al klaar, want ik had het gevoel dat ik meteen moest doorgaan met schrijven, anders was ik het weer kwijt. ik schreef 's nachts, overdag was ik kamermeisje in een hotel. Ik werkte heel hard, ik had geen rooie cent, ik kreeg van niemand geld.

1978

De zwervers van de Zakopane kwam uit in het jaar dat ik de Gouden Griffel kreeg voor De kinderen van het Achtste Woud. Dat was een enorme verrassing. Het had heel lang, maandenlang geduurd voor er een reactie op het 'Achtste Woud' kwam. Ik werkte inmiddels in de openbare bibliotheek, in de uitleen. Nu gaat alles met computers, maar toen werkten we nog met allerlei kaartjes en stempels en zo.

1980

Na 'Zakopane' kwam Drie Japies, dat in Groningen speelt, en daarna schreef ik Lady Africa en nog een paar.

Na die Gouden Griffel voor het 'Achtste Woud' was ik wel succesvol, ik kreeg goede kritieken en de uitgevers wilden alles wat ik maakte wel uitgeven. Daar krijg je dan ook een soort verwaandheid van. Ik moest het nog wel leren, maar zij vinden het goed, dus geef maar uit, dacht ik. Ik moet toch ook eten.

1984

Toen schreef ik Kleine Sofie en Lange Wapper. Ik kreeg er mijn tweede Gouden Griffel voor, en dat was natuurlijk heel leuk.

1985

Daarna kwam De olifantsberg. Een heel ander soort boek. ik had in 1982 een paar maanden in Italië gezeten, in een heel eenzaam huis. Ik zat daar met mijn broer Herman, hij schreef verhalen en ik vertaalde daar en schreef Het verloren paspoort, een boekje dat eruitzag als een paspoort. Dat is toen nog in beslag genomen door de politie, want het leek te veel op een paspoort.

1986

En daarna kwam De straat waar niets gebeurt. Dat speelt in Granada, waar ik een winter had gewoond. Dat kwam zo: ik was in 1985 in m'n eentje een reis gaan maken. Via Spanje zou ik naar Portugal gaan om mijn dochter Judith op te zoeken. Die woonde daar. Maar in Granada leerde ik Salvador kennen, we werden verliefd en ik ben tien dagen gebleven. Daarna reisde ik door naar Portugal en daarna ging ik terug naar Amsterdam. Maar ik had al een tijdje in mijn hoofd om eens een winter in zo'n zuidelijk land te gaan wonen. Ik wilde zien of ik het zou uithouden, heel alleen in zo'n buitenland. Ik had er behoefte aan, ik had een chaotische tijd achter de rug.

Ik wilde naar Cadiz, of Lissabon, maar eerst wilde ik in Granada Salvador spreken. En toen besloot ik om de winter in Granada te blijven en daar een kamer te zoeken. Na die winter ben ik met Salvador naar Nederland gegaan, maar dat beviel niet zo erg. Salvador ging terug en ik even later ook, en we zijn toen in een huis in Sacromonte gaan wonen.

1987

Salvador was een heel bijzondere man. Het eerste jaar was echt fantastisch, en ik schreef Het onbegonnen feest. Het was een heel gelukkig jaar. Maar Salvador kreeg een ernstig ongeluk en hij had voortdurend verzorging nodig. Vanaf toen heb ik in Spanje gewoond en kwam ik alleen zo nu en dan voor een paar weken naar Nederland. We hebben een stuk grond gekocht met olijfbomen waar Salvador werkte, want hij was geen man om zo maar op een stoel te zitten.

1989

In Sacromonte heb ik drie boeken geschreven: Het onbegonnen feest, De eikelvreters en Ongeboren Roulf en ik heb veel vertaald. Ik had geen tijd om meer te schrijven, ik had het heel druk. We besloten om een huis te bouwen en ik werkte mee op het land. We deden alles samen, en Salvador kon niet veel meer. Toen ik De eikelvreters wilde schrijven, heb ik gezegd: 'Nu ga ik dit boek schrijven, nu kan ik niet meer zo veel mee naar het land.' Dat begreep hij wel, maar als er tuinbonen geplukt moesten worden, dan kon het niet anders, dan moest ik toch weer meewerken.

1993

Twee jaar geleden werd Salvador ernstig ziek. Hij is bijna een jaar ziek geweest en in 1993 is hij gestorven. Nu woon ik hier alleen in het huis dat we samen gebouwd hebben.

Als ik terugdenk, vind ik dat ik wel een ingewikkeld leven achter de rug heb. Een moeilijk leven. Maar ook heel rijk.'

Els Pelgrom vertelde haar levensverhaal aan Aukje Holtrop voor het Els Pelgrom Magazine in 1994. Tegenwoordig woont ze weer in Amsterdam.

Boekenarchief.nl